Schrijven

Bewijs het maar op longlist De Diamanten Kogel

LONGLIST De Diamanten Kogel 2015

Michael BERG, Het meisje op de weg (The house of books)
Dominique BIEBEAU, IJslands gambiet (Vrijdag)
Toni COPPERS, De vleermuismoorden (Manteau)
Fons DELLEN, Echte vrienden (De Geus)
Jos DEWIT, Weg (Witsand)
Daan & Thomas HEERMA VAN VOSS, Ultimatum (Prometheus)
Pieter HELSEN, Over mijn vader niets dan goeds (Houtekiet)
Loes den HOLLANDER, Aangetast (Karakter)
Linda JANSMA, Verbroken (De Crime Compagnie)
Lieven De LETTER, Staat van ontbinding (Houtekiet)
Nausicaa MARBE, Smeergeld (Prometheus)
Kim MOELANDS, De vrouw in de spiegel (Bruna)
Gerard NANNE, Dodenmis (Ellessy)
Peter PERCEVAL, De Hollywoodfactor (Witsand)
Elvin POST, Dame blanche (Anthos)
Renй Van RIJCKEVORSEL, Tunis (Cargo)
Raymond ROMBOUT, Damse dagen (Kramat)
ROSS & HARTMAN, Doodskopvlinder (Cargo)
Rudy SOETEWEY,
Bewijs het maar (Kramat)
Roel THIJSSEN, Vorstelijk verraad (Marmer)
Sten TRELAND, De zwarte olifant (Manteau)
Esther VERHOEF, Lieve mama (Prometheus)
Lucas De WAARD, De kamers (De Geus)
Marja WEST, Uitgeteld (Anthos)

Einde van de vakantiereses.

De zomervakantie zit er alweer zo goed als op. Nu ja, als ik dat tenminste zo mag zeggen, want eigenlijk heb ik nooit meer vakantie. Dat is een van de nadelen van met pensioen te zijn. (Een :-) is hier wel op z'n plaats, denk ik)
Overigens, wat vakantie betreft: voor mij zijn daar twee versies van: op vakantie zijn, en op reis zijn. Deze twee zijn niét hetzelfde. Op vakantie zijn betekent voor mij: niets moet en alles kan. Op reis zijn betekent toch meer verplichtingen, bezienswaardigheden bezoeken, verplaatsingen maken, compromissen sluiten, veel gedoe, en vaak ook ongewenst gedoe…
De maand juli was een vakantiemaand.
Wat heb ik te melden?
(En nu volgt enig klaroengeschal)
Mijn schrijfplanning klopte niet alleen helemaal, ik ben bijna een volle week eerder dan voorzien op het eindpunt gekomen van de eerste versie van het manuscript van het nieuwe boek. Op dit ogenblik 118000 woorden. Dat zijn er dus minstens 20000 teveel. Die wegwerken is een van de taken die op het lijstje staan. Vermits ik echter nog behoorlijk veel tijd heb vooraleer dit manuscript klaar moet zijn, heb ik besloten om iets te proberen dat ik nog nooit eerder heb gedaan, en waarvan ik helemaal niet weet of ik het kan, en of ik zelfs maar aan de start geraak, laat staan de eindmeet haal. Geen idee. Een sprong in de duisternis, en we zien wel of we met onze kop tegen de muur knallen of niet.
Wat ben ik van plan?
Dat houd ik nog even voor mezelf. Sorry. De motivatie is groot genoeg, ik hoef echt geen extra motivatie te creëren. Maar als het lukt - als ik dus aan de start geraak, zeg maar - laat ik dat niet alleen hier weten, maar dan, en pas dàn, zeg ik er ook meteen bij wàt ik zinnens ben.
Als het lukt, zullen er wel een paar mensen tevreden zijn - denk ik.
Ik in elk geval zeker.
En als het niet lukt - heb ik het op z’n minst geprobeerd. :-)
(Stay tuned)

The true traveler is he who goes on foot, and even then, he sits a lot of the time.
Colette.

Update nieuw manuscript

Het is alweer enkele weken geleden dat ik er nog iets over gemeld heb, dus hier gaat ie: een update over het manuscript van het nieuwe boek.
Ik heb de voorbije weken ongeveer één derde van de eerste versie van het manuscript geschreven. Uiteraard - nu ja, voor mij toch - had ik al een volledige outline. Daar heb ik tot en met mei aan gewerkt. Inclusief dus hoe het verhaal eindigt, een verdeling in hoofdstukken, en grosso modo per hoofdstuk wat er in moet gebeuren.
Het probleem met zo’n outline is echter dat je er lang genoeg moet op werken (= prutsen) wil je er een bruikbaar instrument van maken. De belangrijkste feiten en gebeurtenissen zijn meestal makkelijk te plaatsen binnen zo’n structuur. Het zijn de stukken ertussen die vaak veel denkwerk vragen, en die in een eerste versie soms niet meer zijn dan een uitgeschreven vorm van ‘we zien wel waar we uitkomen’. Als je er van die laatste een paar teveel hebt, zit je met een probleem zodra je begint te schrijven. Maar tot nu toe - hout vasthouden - ben ik er zo nog geen tegengekomen. Dat is echter geen garantie voor de rest van het verhaal.
Euh… We zien wel.
Ben ik er tot nu tevreden over? Ja. Maar…
Vroeger schreef ik een eerste versie als volgt: dag één schreef ik een tekst, die ik op dag twee volledig herlas en bewerkte, en pas als ik dan aan het einde kwam, schreef ik verder. Dag drie idem dito, enzovoort… Eén hoofdstuk kon met wat pech soms weken in beslag nemen. Dat doe ik nu niet meer. Nu schrijf ik mijn eerste versie zònder herlezen. Met andere woorden: ik ga op dag twee verder op de plek waar ik op dag één gestopt ben. Zonder herlezen.
Dit heeft voor mij twee voordelen - en dit is uiteraard zuiver persoonlijk, en kan door anderen als negatief worden ervaren; je leert maar wat voor jou werkt door ervaring.
Voordeel één: als achteraf blijkt dat een bepaald hoofdstuk om welke reden dan ook moet geëlimineerd worden - geschrapt, weggegooid, vernietigd, vermorzeld, geliquideerd - maar je hebt er met methode één drie weken op gezwoegd en herschreven, dat gooi je ook meteen drie weken tijd weg. Door met herwerken te wachten tot na het beëindigen van de eerste versie, moet dat hoofdstuk natuurlijk net zo goed weggegooid worden, alleen heeft het dan zeker geen drie weken in beslag genomen. Efficiënter dus op het gebied van tijdsgebruik.
Timemanagement. Tada!
Voordeel twee: misschien in de ogen van sommigen een bizar voordeel, maar op het einde van de eerste versie is het verhaal zelf voor mij wel duidelijk, maar hoe en wat ik letterlijk geschreven heb, vaak niet meer. Logisch eigenlijk, want je bent met één specifiek hoofdstuk slechts echt bezig tijdens het schrijven ervan, maar daarna niet meer. Je herleest niet, schaaft niet, schrapt niet… Dat is allemaal werk voor na de eerste versie. Dat betekent dus, volgens mijn planning, dat ik hoofdstuk één pas een eerste keer echt zal lézen als manuscript v01 klaar is - over twee maanden dus ongeveer. Uiteraard weet ik wel wat er in hoofdstuk één gebeurt. Dat staat in mijn outline, en die lees ik wel regelmatig. Maar de tekst zelf? Nauwelijks een idee. En dat is goed. Want, het maakt het kritisch beoordelen van het manuscript achteraf namelijk veel gemakkelijker.
Kunnen er onderweg geen nieuwe ideeën opduiken? Tuurlijk. Dat doen ze ook. Kan je vergif op innemen. Ik schrijf gewoon verder alsof ik dat idee al de hele tijd had, maar noteer in de kantlijn waar ik het voor het eerst gebruik, én dat ik niet mag vergeten het in te bouwen in alles wat er voordien komt.
Ben ik er dus tevreden over? Ja. Alleen… heb ik dus eigenlijk niet zo’n best idee over wat ik concreet geschreven heb. Zelfs wat ik vandaag heb geschreven, blijft redelijk wazig. Na een kwartier prutsen beland ik in een soort mistig vacuum, een tunnel zeg maar, waarbinnen ik alleen nog zie wat er op dat specifieke ogenblik gebeurt in het verhaal. Ik probeer dat dan zo effciciënt mogelijk op te schrijven. Ik hou me vooral niet bezig met controleren of ik dit nu goed vind of niet - wat dat ook moge betekenen. Overigens, het heeft voor mij geen zin om dat te doen, want ik zit er dan nog veel te dicht ‘bovenop’. Ik heb nu eenmaal afstand nodig.
Leuke bedenking als afsluiter? Ik zit voor op mijn werkschema. En volgens dat schema zou de eerste versie klaar moeten zijn voor het einde van de maand augustus.
Touch wood.

Television is the first truly democratic culture - the first culture available to everybody and entirely governed by what the people want. The most terrifying thing is what people do want.
Clive Barnes

Start van een nieuw manuscript.

Ik ben er dus aan begonnen. Versie één van het volgende boek.
De voorbereidingen hebben ongeveer zes maanden geduurd. Daarmee bedoel ik dan onder andere: het basisidee situeren binnen een context, er proberen achter te komen waarover het verhaal eigenlijk écht gaat (één van de allermoeilijkste dingen om vooraf te bepalen. Tot mijn verbazing en soms ook frustratie kom ik er gewoonlijk pas na het schrijven van een eerste versie achter waarover het in werkelijkheid gaat, en begint het echte werk. Vandaar dat ik nu iets vroeger aan de eerste versie begonnen ben), een werkbare outline opstellen, met de nadruk op verhaalstructuur, ritme, logica en personages, en van elk hoofdstuk te weten komen en noteren wat erin moét gebeuren.
Eigenlijk was zes maanden voor mijn doen niet eens zoveel.
En uiteindelijk kom je dan op een punt waar je denkt: ik kan nog een eeuwigheid blijven prutsen en
finetunen, uiteindelijk moet die eerste versie er toch zijn vooraleer ik aan het echte werk kan beginnen, dus kan ik net zo goed die eerste versie maar meteen schrijven.
En daar ben ik dus aan begonnen.
Misschien lijkt het voor sommigen onder jullie redelijk maniakaal of zo, maar ik heb dus - zoals altijd - vooraf een schema gemaakt, waarin ik per week het streefdoel - een specifiek aantal woorden - heb genoteerd. Per week heb ik geprobeerd rekening te houden met externe factoren die het schrijven kunnen hinderen, zoals daar zijn: feestjes, besprekingen allerhande, vakantie, onverwacht bezoek, enzovoort… Het potentieel aan onderbrekingen is eindeloos. Vandaar dat mijn productiefste periode de vakantie in het buitenland is. Geen internet, geen telefoon, rust en stilte… De streefdoelen voor die specifieke weken heb ik dus ook iets hoger geplaatst. Ik weet uit ervaring dat ik die kan halen.
Of zo’n planning uiteindelijk klopt, weet je nooit vooraf. Maar mij geeft het een houvast, en een zicht op waar ik me bevind in het schrijfproces. Vraag me niet waarom ik dat belangrijk vind. Ik weet alleen dat het me helpt gefocust te blijven op het creëren van die belangrijke eerste versie.
Zit ik nog op schema? Ja.
Gaat het zoals verwacht deze eerste week? Ja.
Moeilijk dus.
Alsof de hersenen opnieuw even moeten wennen aan de routine. Maar zo is het al elke keer geweest. Na enkele dagen zijn ze weer mee, en verloopt een en ander een pak vlotter.
Zo’n eerste versie is voor mij inderdaad een werkversie. Ik weet dat sommigen het daar bij laten, en die eerste versie meteen naar uitgevers sturen. Zijn die mensen overtuigd dat zij in staat zijn om meteen de perfecte versie neer te pennen? Hebben ze gewoon geen zin om aan hun tekst te schaven? Vinden ze misschien dat elke vorm van correctie de taak is van de uitgever? Geen idee. Ieder zijn eigen methode, nietwaar.
Oké, ik begrijp ook wel dat twee jaar werken aan een manuscript in deze snelle tijden inderdaad misschien niet het summum van commercieel handelen is. Maar als je echt commercieel wil zijn, kan je maar beter iets anders gaan doen dan boeken schrijven.
So what.
De trein is alweer vertrokken. In de wetenschap dat Hemingway overschot van gelijk had toen hij zei: “
The first draft of anything is shit.

A synonym is a word you use when you can't spell the word you first thought of.
Burt Bacharach