Persoonlijk

Reclame

Mijn blogbijdrage van de maand oktober 2016, Reclame, vind je hier.

Nieuw boek in aantocht

Mijn blogbijdrage van de maand september 2016, een nieuw boek in aantocht, vind je hier.

Vakantie drie

Mijn blogbijdrage van de maand augustus 2016, vakantie drie, vind je hier.

Vakantie bis

Mijn blogbijdrage van de maand juli 2016, vakantie bis, vind je hier.

Vakantie

Mijn blogbijdrage van de maand juni 2016, vakantie, vind je hier.

Wensen voor 2016

Muziek

RESERVEREN KAN OP
http://www.theatercartouche.be/KieboomHoeDoeDet.php

Uitnodiging

De vervuiler betaalt. Jaja...

De gemeente Edegem heeft beslist dat vanaf volgend jaar de vervuiler betaalt. Waarmee men bedoelt: je betaalt per kilogram restafval dat je meegeeft met de vuilniskar.
Met dit principe is niks mis, integendeel. Ik kan daar volledig achter staan, net zoals de meeste mensen, denk ik. Alléén…
Zoals zo vaak in ons landje wordt dit ingevoerd zonder veel overleg - of althans dat is op z’n minst de indruk die je krijgt.
Elke gezin krijgt een container met een chip, waardoor de eigenaar van de container gekend is. Bij ophaling wordt het afval gewogen (Gewicht volle container - gewicht lege container), en daarvoor betaal je. Groenafval? Gelieve te composteren, alstublieft. Je kunt een composteervat kopen. Er is echter géén rekening gehouden met hoe appartementsbewoners dit moeten oplossen.
Ons appartementsgebouw bestaat uit 86 appartementen. Die krijgen in theorie allemaal dus een container. De basisacte van het gebouw bepaalt echter dat er geen afval op de balkons mag worden gezet. Dus geen container op het balkon, geen compostvat op het balkon. (Stel je voor, 86 afvalcontainers op de balkons, én 86 composteervaten.) Oplossing? De verantwoordelijken schuiven de bal door naar elkaar, en daarna naar de syndicus van het gebouw. Met andere woorden: ze creëren een probleem, en daarna wijzen ze iemand aan die het dan maar moet oplossen.
Een andere bedenking: deze containers zijn niet op slot. Met andere woorden: iemand die ’s avonds zijn halfvolle container buiten zet - ah ja, hij moet gaan werken in de vroege ochtend - zou wel eens verbaasd kunnen opkijken over de te betalen prijs. Zeker als anderen (uit een andere wijk, zelfs) een beetje rondrijden om hun afval in andermans container te dumpen. (En vertel me nu alstublieft niet dat dat niet gebeurt. Kijk gewoon eens in de publieke vuilnisbakken in een park, bijvoorbeeld.)
Antwoord op deze laatste bedenking? Oh, maar over drie maanden kunt u een slot kopen voor de container.
Ah ja? Kun je je het je al voorstellen, bij ons appartementsgebouw? 86 individuele containers op een rij op het trottoir, alle 86 op slot? De mensen van de vuilniskar zullen lachen.
Nogmaals, ik ben een groot voorstander van het principe de vervuiler betaalt. Maar vooraleer je een systeem invoert, denk er dan alstublieft over na. En bedenk dat niet iedereen in een alleenstaand huis of villa woont. Een of ander bedrijf of organisatie een contract geven en veel geld betalen omdat je daarna je handen in onschuld kunt wassen als het niet werkt, is een beetje te doorzichtig.
Voila. Moest er even af.

Leadership should be born out of understanding of the needs of those who would be affected by it.
Marian Anderson.

Herinneringen

Morgen ga ik een keertje terug naar mijn oude werkstek.
Nu ja, niet helemaal. Sinds ik gestopt ben, zijn de mensen met wie ik de laatste vijf jaar van mijn carrière gewerkt heb, verhuisd naar een ander gebouw. Dus helemaal terug naar mijn oude bureautje is het niet. Maar het scheelt dan weer niet zoveel. Ik moet in hetzelfde station van de trein.
Waarom ga ik een keertje terug? Omdat een fijne collega van toen op nu op zijn beurt met pensioen gaat, een afscheidsdrink geeft, en me heeft uitgenodigd.
Leuk toch?
Soms vraag ik me wel eens af wat er eerst komt, nostalgie of een selectief geheugen. Is nostalgie nu het gevolg van een selectief geheugen, of is het net omgekeerd: ga je bepaalde herinneringen ‘onbewust’ deleten, om nostalgie mogelijk te maken?
Natuurlijk had ik toen mijn redenen om te stoppen. En als ik heel eerlijk ben, heb ik de voorbije twee jaar niet één keer heimwee gehad. Niet één keer. Niet naar de job, tenminste. Wel naar een aantal mensen. Niet naar allemaal - en ik ga hier niet in details treden, om redenen die iedereen wel kan begrijpen. Maar met sommige collega’s had ik een meer dan goede band. Maar zelfs als je de laatste dag afspreekt om elkaar af en toe te blijven zien, en hoe goed je ook je best doet achteraf om die afspraak in stand te houden, meestal brokkelt de hele constructie toch geleidelijk af, tot ze ineens om een of andere reden verdwijnt.
Misschien moet het wel zo.
Een werkomgeving heeft een bepaalde invloed op je persoonlijkheid, en op je welbevinden. Maar zolang je er effectief dagelijks in vertoeft, is het erg moeilijk om de volledige impact ervan correct in te schatten. Ergernis - in mijn geval dan - wint het vaak van elke andere emotie. O mde een of andere manier heb ik soms de indruk dat de werkomgeving zowat het enige biotoop is waar je de slechte ervaringen makkelijker onthoudt dan de goede. Tenminste, zolang je er nog werkt. Bizar genoeg komen die goede herinneringen terug boven drijven zodra je gestopt bent met er te werken. Nu ja bij mij toch.
En dus vind ik het fijn om morgen een aantal mensen een keertje te kunnen terugzien.
Nàh.

Creditors have better memories that debtors.
Benjamin Franklin

Waka Waka

Het gebeurt niet vaak dat ik hier doelbewust voor iets reclame maak. Zeg maar nooit. Maar zeg nooit nooit. Hier komt dus de uitzondering, want reclame maken is exact wat ik nu ga doen in deze wekelijkse aflevering van mijn blogje.
De titel heeft het al verraden. Reclame voor een Waka Waka.
Waaraan denkt u zo spontaan als u ‘Waka Waka’ hoort? (Ik hoorde de naam overigens voor de eerste keer van Frank Pollet, een gewaardeerd collega auteur) Bij mij deed de naam Waka Waka spontaan het woord en het idee ‘wacko’ opborrelen. Een wacko is iemand die het niet helemaal goed op een rijtje heeft, een zonderling, beetje geschift, beetje out of order zeg maar. Soms ben ik zelf ook een wacko - waarschijnlijk daarom ook dat ik spontaan nogal sympathie koester voor mensen die als dusdanig omschreven worden. Trouwens, ook dieren kunnen ‘wacko’ zijn. Tijdens mijn dagelijkse wandeling in het park kom ik bijvoorbeeld vaak een hond tegen die je alleen maar als wacko kunt omschrijven. Compleet geschift - maar het liefste beest dat je je kan wensen.
Een Waka Waka heeft echter niets met wacko te maken.
Een Waka Waka is een draagbare, oplaadbare batterij, met een usb-aansluiting, die door de zon via ingebouwde zonnecellen kan worden opgeladen, met een lading die zwaar genoeg is om bijvoorbeeld een smartphone meer dan één keer herladen, of een e-reader, of noem maar op, én met twee ledlichtjes, die met de stroom van de batterij kunnen gebruikt worden. (een batterij die ook via het elektriciteitsnet kan worden opgeladen, overigens.)
Uiteraard bestaat dat concept al een hele tijd, en in meerdere vormen en kleuren, van verschillende producenten. Wat is er dan zo bijzonder aan een Waka Waka?
Wel, voor elke Waka Waka die u koopt (€69), wordt er door het bedrijf/de organisatie ook nog eentje geschonken aan een gemeenschap in de derde wereld (Afrika, Azië…) die niet over elektriciteit kan beschikken. Een gezin in een dorpje ergens in de Sahara bijvoorbeeld, kan op die manier dan plots wel beschikken over licht in het donker. Voor heel wat gemeenschappen is een set Waka Waka’s letterlijk een godsgeschenk. Het aantal toepassingen is eindeloos, en ze kunnen voor het eerst de energie die ze al hebben, de zon, omzetten in elektriciteit. Zonder vervuiling!
Ja, ik heb er eentje gekocht. Het ding werkt prima - ideaal om mee op vakantie te nemen, trouwens. Neen, ik vind het geen verkapte vorm van je-geweten-sussen. (En als je over zonne-energie twijfelt: weet je waar de grootste oppervlakte werkende zonnepanelen momenteel staat? In Saoedi-Arabië. Was dat geen oliestaat?)
Hieronder zie je mijn Waka Waka. En daaronder de link naar de website.
Nàh.


Waka Waka

http://nl.waka-waka.com

Horen, zien en zwijgen.

Ik hoorde gisterenochtend iemand verklaren voor de gesloten deuren van het Brusselse justitiepaleis dat 'dit soort justitie niet werkt'. Als ze de deuren alleen openen voor advocaten en magistraten... Gewone burgers buiten laten staan, wegens een totaal ontbreken van middelen en personeel. Iedereen gelijk voor de wet? De bak van de maand. In sommige kringen vinden ze dit een ‘positieve evolutie’. Jaja…
Ik hoorde een bobo verklaren dat er teveel mensen werken bij de spoorwegen. Dat de mensen 'on the field' - degenen die dus écht werken - hun gepresteerde overuren niet eens gerecupereerd of uitbetaald krijgen, is een detail dat zo'n bobo nooit vermeldt. Hij heeft daar ook geen last van. Hij rijdt nooit met de trein. Hij telt zijn bonussen. Ik hoorde geen enkele bobo iets over 'teveel managers' zeggen. En natuurlijk, er is dan altijd wel iemand die iets over de vakbond moet zeggen. Raad aan de vakbond: laat de mensen een dag gratis rijden in plaats van te staken. Te weinig treinconducteurs roeren zich op de social media.
Ik hoorde iemand zeggen dat hij geloofde dat het grootste gevaar voor de mensheid de recentste ontwikkelingen was op het vlak van Artificial Intelligence. Slimme robots, zeg maar, met zelf lerende computers. En iemand die daarop antwoordde dat ze die dingen dan best waterdicht maken, want dat de zeespiegel waarschijnlijk twee meter hoger staat tegen de tijd dat zo’n robots min of meer echt functioneren.
Ik hoorde mensen elkaar na een gezamenlijke prestatie gemeend proficiat wensen. En nog terecht ook. Een goed-gevoel-moment.

Ik zag enkele dagen geleden hoe er een kleine politieke aardverschuiving plaatsvond in Spanje. Dat was eerder ook al gebeurd in Griekenland. Een oude regel: er beweegt pas iets als er teveel zijn die niks meer hebben. En dus ook niks meer te verliezen hebben. Zover is het hier helemaal nog niet. Inderdaad. Nòg niet.
Ik zag commentaren over het Eurovisiesongfestival, die de indruk gaven dat ze handelden over een wedstrijd waarvan de gevolgen van cruciaal belang waren, zowel voor de internationale verhoudingen, voor de voedselvoorziening van de mensheid als voor de aan een rotvaart op ons afkomende klimaatveranderingen. Weliswaar pas nadat eerst werd verklaard dat de deelnemers niet konden zingen. Iemand noemde het zelfs het Eurovisie Shit festival.
Ik zag (las) hoe je aan de privacycommissie kunt vragen om te controleren of de Staatsveiligheid een dossier over jou heeft. Na enkele maanden krijg je dan een bericht dat de commissie op jouw vraag is ingegaan, en een controle heeft uitgevoerd. Of ze ook iets heeft gevonden... màg de commissie je wettelijk niet meedelen. Woeha! Kafka, de oerBelg. Nog steeds.
Ik zag een reiger, twee aalscholvers, en een trits eenden met hun pasgeboren kindjes bij de vijver in het park. Twee meter hogere zeespiegel? Zal hun een zorg wezen...
Ik zag iemand met koorts - achtendertig graden en een half - een hoofdrol spelen in een toneelstuk. Weinigen hebben het gemerkt. Knap. Laten we alleen hopen dat de zeven andere acteurs tegen het einde van de week de koorts niet hebben geadopteerd. Gelukkig zijn ze robust genoeg.

Ik zwijg over al het afval dat ik op maandagochtend telkens in het park vind. Lege pakjes chips en sigaretten, blikjes allerhande, plastiek flessen, vodden en doekjes, papier in alle vormen en kleuren... En o wee als ik de mensen die elke zondag van het park komen genieten maar het als een stort achterlaten ook maar min of meer zou durven te omschrijven...
Ik zwijg over mijn vader, die er ondertussen al vijf jaar niet meer is. Vijf jààr? Beyond comprehension. Maar dat ik erover zwijg, betekent niks.
Ik zwijg over het gevoel van machteloosheid dat me steeds vaker overvalt.
An Inconvenient Truth. Age of Stupid. Zalig zijn de armen van geest.
Ik zwijg over de stilte waarmee het resultaat van twee jaar hard werken nu wordt geconfronteerd. Geen verrassing. Eerder een verassing. Roepen tegen de bierkaai.
A dying niche. Weer iets dat uitsterft.
Ik zwijg over de fijne ogenblikken van de voorbije week. Ik wil niemand jaloers maken.

Of those who say nothing, few are silent.
Thomas Neill

Leeftijd of ouderdom?

Het is me de voorbije dagen verschillende keren overkomen. Mensen die me spontaan aanspraken en vroegen 'hoe ik me nu voelde'. Mensen die me de voorbije tien jààr niet één keer hebben gevraagd hoe ik me nu voelde, worden nu blijkbaar massaal overvallen door de onbedwingbare drang om te informeren naar mijn welbevinden.
Waarom? Omdat ik nu zestig ben?
Sorry, boys en girls, ik voel geen verschil. Emotioneel niet, en fysiek niet. Maar ik ben dan ook een believer - iemand die gelooft dat de mens op een bepaald ogenblik in z'n jeugd stopt met emotioneel groeien, en dat hij daarna z'n leven lang die leeftijd behoudt.
Ik denk dat ik gestopt ben op m'n dertiende. (Er zijn heel wat kennissen die me ongetwijfeld volmondig gelijk zullen geven. :-) )
En ja, hoor: er zijn wel degelijk uitzonderingen die oud gebòren zijn, en negentig jaar nodig hebben om hun eigenlijke leeftijd te bereiken. Maar volgens mij zijn dat uitzonderingen.
In ons dorp zei men vroeger altijd: 'Ons Heer moet z'n getal hebben'. Ik heb me daar altijd bij afgevraagd waaròm. Waarom moet Ons Heer z'n getal hebben? Om de diversiteit in stand te kunnen houden? Omdat, als er van alle soorten voldoende exemplaren zijn, je een betere mix krijgt, waardoor je sterkere en meer weerbare nakomelingen krijgt?
En ik die dacht dat dat de essentie van de evolutietheorie was.
Ah!
Met 'Ons Heer' bedoelden ze toen Darwin!
Got it!
ik heb weeral wat bijgeleerd vandaag.
De woorden 'leeftijd' en 'ouderdom' zelf zijn overigens best wel intrigerend.
'Leeftijd' is duidelijk: letterlijk de tijd dat je al geleefd hebt. De leef-tijd.
No problem. Maar ouderdom. Hoever staat dat van 'hoe ouder, hoe dommer'? Bedoelt men in plaats van 'hij heeft al een zekere ouderdom', hij IS ouderdom? Ouderdòm, dus. Hij heeft last van ouderdom-heid. Zoiets?
Sommige mensen hebben op jonge leeftijd al last van ouderdom-heid. Of is het ouder-domheid?
Waarom komen er daar trouwens zoveel van op tv?
Eigenlijk is het leeftijdsbesef een gevolg van ons vermogen tot herinneren. Ik durf er om te wedden dat een hond of een kat geen flauw idee heeft over hoe lang hij of zij al op de aarde rondloopt. Als zijn of haar poten plots strammer worden, denk ik niet dat zo'n dier de bedenking maakt dat het ineens met ouderdomsverschijnselen te maken krijgt. Als je het je niet kunt herinneren, kun je ook niet vergelijken, en heb je ook geen last van het resultaat van de vergelijking. Wij mensen doen echter niets liever. We vergelijken haast constant: vroéger was het beter, dààr was het beter, dié was beter... Met als gevolg, onvrede over de huidige situatie.
Was de regel niet pluk de dag? Vergelijk de dag met alle vorige, en klaag dan dat het vroeger beter was, lijkt me niet zo’n goed advies. Het verandert namelijk niks aan déze dag. Als je focust op vergelijken, levert dat vaak sjagrijn en heimwee op. En wat heb je daaraan?
Leve tram zes dus.
En aan alle jongeren, die nu 'oude zageman' roepen, nog dit: ik ben alvast to hier geraakt. Ik heb al heel wat gehad. Dit nemen ze mij alvast niet meer af.
Ik hoop alvast dat jullie ook zoveel geluk mogen hebben. :-)

Good judgement comes from experience. Experience comes from bad judgement.
Unknown.

Vakantie

Begin april. Je vertrekt onder een monotoon grijze lucht. Achter het stuur van de auto suggereert één van de digitale cijfertjes dat het buiten maar vijf graden is. Nu ja: het is tenslotte ook nog vroeg. Vroeg in de dag. Vroeg in het jaar.
Vroeg in het hoofd ook.
De gebruikelijke drukte onderweg.
File op de omwalling rond Brussel. Uiterààrd. De hoofdstad van Europa is getrouwd met de auto - de Ring is een trouwRing. Noblesse oblige.
De heirweg naar Bergen en Cambrai ligt er in zo’n erbarmelijke staat bij dat iederéén er automatisch trager rijdt, zélfs zwarte 4x4’s, met blonde vamps achter het stuur. Waarom die allemaal te grote zonnebrillen dragen, is mij een raadsel.
Voorbij Cambrai, richting Reims. Champagne. Niet alleen de streek. Ook de kwaliteit van de weg. Ook de drukte. Het is bepaald rustig. Op een autoweg? Wat hebben we gemist?
Met een boogje om Dijon. Neen, niet de oude route naar Lyon. Wel die via Dole. Veel rustiger. Naar onze normen.
Neen, niet de klassieke ring rond Lyon. Voor Lyon, afslag, Antoine de Saint-Exupéry, en via Grenoble. Dertig kilometer langer. Honderd kilometer rustiger.
En dan… Bestemming Drôme.
Wat vonden we er uiteindelijk opnieuw? Veertien dagen droom. (Ja, ik weet het, het is een versleten woordspeling. Maar er komt een leeftijd waarop 'versleten' een eretitel wordt. :-) )
Herkenbaarheid. Dorpsbewoners die ons begroeten. Aangenaam zonnetje. Uitgestrekte velden vol gesnoeide wijnranken. Olijfbomen. Fruitbomen in bloei. Eksters, roodborstjes, buizerds, merels, kiekendieven, gaaien, meesjes, vleermuisjes bij schemering, een eerste zwaluw...
Het Hof van Eden. Heden.
The middle of nowhere.
Geen wifi. Geen internet. Géén lawaai - 's avonds slechts vijfendertig decibel. Geméten!
Rust.
Rust en stilte.
Meer moet dat echt niet zijn.
Na drie dagen toch één keertje heel even naar een nieuwsuitzending gekeken. Jesus! Wat een onwaarschijnlijke onzin!
Mensen verschillen. Niet iedereen verlangt hetzelfde. GELUKKIG MAAR!
Er is een verschil tussen ‘op reis gaan’ en ‘vakantie nemen’. Dit was geen reis. Dit was vakantie.
(Zie ook enkele
foto's)


Music is the wine that fills the cup of silence.
Robert Fripp

Filosofische bui

Tijdens mijn ochtendlijke wandeling ben ik zowaar overvallen door een filosofische bedenking.
Waren het de fluitende vogels in het bos? Was het de zon, die een maartse poging deed om haar reputatie waar te maken? Waren het de ontluikende knoppen aan bomen en struiken, die zich zo stilaan door niks meer willen laten tegenhouden?
Hoe dan ook, de bedenking was er ineens. En hoewel ik geloof in de wonderbaarlijke realiteit die associatie heet, zie ik niet zo meteen waar de aanzet tot de gedachte vandaan kwam. Maar goed.
Ik bedacht ineens dat de menselijke soort zich waarschijnlijk als enige levensvorm op aarde bewust is van het feit dat ze vroeg of laat zàl sterven. Al het andere leven op aarde realiseert zich dat volgens mij gewoon niét.
Waarom was ik eigenlijk ineens een beetje jaloers?
En waarom dacht ik ineens aan een appel? Want…
Misschien is het dat wel waar de appel in het scheppingsverhaal voor staat. Beséf van sterfelijkheid. Niet de sterfelijkheid zelf, maar het besef.
Origineel? Natuurlijk niet. Al honderden keren eerder gedacht. Duizenden keren, zeg maar. En toch...
Ik zag een hond rond een boom dartelen en snuffelen, en ik maakte me ineens de bedenking hoe gelukkig zo'n hond eigenlijk wel is. Het eenvoudige feit dat hij geen weet heeft van zijn finale toekomst verandert alles. Toch? Voor dat beest is er alleen het heden. Geen zorgen over de toekomst, over mogelijke kwaaltjes, over toenemende bedreigingen, over de rotvaart waarmee de natuur over de klif wordt geduwd... Niks.
Gewoon.
Lekker geurtje hier, onderaan die boom. Wat? Moet ik wachten? Waarop? Ah, is het weer zover? Tijd voor het baasje om mijn drol in een plastiek zakje stoppen. Nooit begrepen waarom het baasje dààrin geïnteresseerd is, maar goed. Ik snap wel meer niet van het baasje.
Denkt ie dan. Misschien.
Alleen… Zéker weten we het natuurlijk niet. Misschien hebben honden - en bij uitbreiding, alle levende wezens - wel veel meer talent voor filosofie dan mensen. Liggen honden in hun mand misschien wel de hele tijd te broeden op de zin van het bestaan. Misschien. Sommige zien er in elk geval wel zo uit. Al geloof ik het niet echt, eerlijk gezegd.
Zijn dieren slim? Reken maar. Hebben dieren een leervermogen? Reken maar. Hebben dieren een geheugen? Ja, hoor, sommige dingen kunnen iets 'triggeren' dat daarop lijkt. Zijn dieren zich bewust van de eindigheid van het leven?
Ik dénk het dus niet, eerlijk gezegd.
Alleen… Als ik bepaalde mensen bezig zie, kan ik me niet van indruk ontdoen dat die er zich evenmin van bewust zijn.
How stupid can you be? Very!

The stupid neither forgive nor forget; the naive forgive and forget; the wise forgive but do not forget.
Thomas Szasz

Boekpresentatie

Mijn nieuwe roman, Bewijs het maar, is eindelijk officieel voorgesteld. Hij is nu 'verkrijgbaar in de betere boekhandel,' zoals men dat dan zegt. In de boekhandel tout court, eigenlijk, want zoveel boekhandels zijn er in Vlaanderen niet meer. De boekensector heeft dringend wat aandacht nodig, in tegenstelling wat sommigen beweren. Maar ja, Vlaanderen en cultuur...
Zo'n presentatie is natuurlijk een fijn moment. Als je twee jaar aan iets hebt gewerkt, krijgt het ogenblik waarop je het eindelijk kunt voorstellen aan de buitenwereld iets van een apotheose, een hoogtepunt. Iets feestelijks ook, vergelijkbaar met de geboorte van een kind. Wat het op een bepaalde manier ook is, natuurlijk.
En toch...
Toch veroorzaakt zo'n feestelijke avond ook telkens opnieuw frustraties bij ondergetekende.
Frustratie één: je wil op zo'n avond eigenlijk met iedereen een praatje slaan. In de meeste gevallen heb je de betrokkenen al even niet meer gesproken of gezien en wil je bijpraten. Verder dan 'hoe gaat het ermee?' kom je echter niet. De volgende gasten zijn er al, mensen waarmee je ook even een praatje wil slaan, en je belandt in een naadloze spiraal die in haar eigen staart bijt. Vermits er na de offciële inleiding meteen een signeersessie volgt, is de avond voorbij voor je het weet, en blijf je met het gevoel achter dat je onvoldoende aandacht hebt besteed aan... zowat iedereen. Zelfs als er tijd overblijft, probeer je van groepje naar groepje te cruisen, maar het tijdsbestek en het aantal groepjes zorgt haast per definitie voor oppervlakkige gesprekken. Wat op zijn beurt dan weer resulteert in frustratie.
Frustratie twee: de beperkingen die een zaal je oplegt. Het is namelijk niet zo eenvoudig om een zaal te vinden waar een voldoende groot aantal mensen binnen kunnen, én waar je de catering in eigen handen kunt houden. Als je honderd gasten hebt, maar de catering blijft in handen van de eigenaar van de zaal, en die vraagt caféprijzen, dan wordt dat voor een kleine auteur als ondergetekende onbetaalbaar. De catering zelf doen (en financieren) is de enige oplossing. (Als er mensen zijn die zalen kennen in het Antwerpse waar eigen catering kan...)
Frustratie drie: als een zaal bijvoorbeeld maximum honderd mensen kan/mag bevatten, wordt het probleem meteen wie je wel en wie je niet uitnodigt. Een dilemma. Onmogelijk om een bevredigende oplossing voor te vinden. Je wil eigenlijk iederéén uitnodigen. De enige oplossing daarvoor is echter een zaal vinden die groot genoeg is, én waar je de catering zelf kunt doen. En kom je meteen bij frustratie twee terecht. Mijn excuses dus aan iedereen die ik wilde uitnodigen, maar niet kon uitnodigen. Volgende keer - als die er ooit komt, natuurlijk - zorgen we voor een oplossing.
Frustratie vier: namen. Als je een visueel geheugen hebt zoals ik, maar nauwelijks namen kunt onthouden, dan is zo'n avond, en zeker de signeersessie, een hopeloze zaak. Mensen die je al je hele leven kent, wiens naam je bij wijze van spreken dagelijks uitspreekt, moet je ineens vragen voor wie je het nieuwe boek mag signeren. Soms levert dat hilarische toestanden op, maar meestal besteed je meer tijd aan verontschuldigingen dan aan het signeren zelf. De oplossing die ik daarvoor bedacht had, werkte echter grotendeels wel. Ik heb me vooraf publiekelijk verontschuldigd omdat ik geen namen kan onthouden, en dat creëerde een wat lacherig sfeertje rond het probleem. Het genereerde zelfs ludieke oplossingen - mensen die hun naam op een papiertje schreven en dat omhoog hielden wanneer ze bij m'n tafeltje verschenen - wat het gevoel van frustratie dan toch enigszins temperde. Waarvoor opnieuw dank.
Maar natuurlijk is er niet alléén frustratie. Er is tegelijk ook het overweldigende gevoel van dankbaarheid en trots. Zoveel mensen die erbij wilden zijn. Een forse, geconcentreerde dosis Aandacht en Appreciatie.
Altijd fijn. Toch?
En ja, de inleider die het boek op zo’n feestelijke voorstelling presenteert, speelt een belangrijke rol. Hij/zij bepaalt mee de sfeer die er de rest van de avond zal hangen. En ik kan met een gerust hart beamen wat heel veel aanwezigen me achteraf vertelden: Patrick Van Gompel was een schitterende inleider. Klasse. Waarvoor dank.
Bewijs het maar. :-)


There's no life without humour. It can make the wonderful moments of life truly glorious, and it can make tragic moments bearable.
Rufus Wainwright

Afscheid

De voorbije week afscheid moeten nemen.
Van haar die iedereen altijd groette met 'Hello, sunbeam.'
'Hallo, zonnestraal.'
Maar die zonnestraal was zij zelf. Altijd.
Nooit iemand gekend die zo koppig optimistisch bleef,
whatever happened. Die ondanks alles wat haar overkwam, systematisch elk ander uit de put probeerde te trekken die wat depri was, vanuit een soort natuurlijke, aangeboren reflex. Lust for life.
Je leeft maar één keer - haar slogan.
How true.
Nooit iemand gekend die zo onbedaarlijk kon lachen. Hoewel je wist dat haar persoonlijke gezondheidstoestand niet rooskleurig was, toch...
Toch lachte ze. Vaak buiten zichzelf. Ze genoot, ondànks...
Altijd. En dat was aanstekelijk. Ook altijd.
Het glas bleef namelijk halfvol. Altijd.
Nooit de volle betekenis van het woord 'hartverwarmend' zo aan den lijve ondervonden dan wanneer we hen bezochten. Ze stond altijd klaar voor een ander. Letterlijk. Hartvervullend.
En van zo iemand moet je dan ineens afscheid nemen. Alsof zoiets kan.
Hoe doe je dat dan?
Niet dus.
Hoe vaak zeggen we niet: we zullen hem/haar nooit vergeten. Verworden tot een standaardzinnetje?
In dit geval luidt dat zinnetje net een beetje anders.
Bij haar is het geen kwestie van niet zùllen, maar van niet kùnnen.
En niet wìllen.
Wij kunnen, en willen, haar niet vergeten.
Nooit.
En dat is beloofd.


In the end, I decide that the mark we've left on each other is the color and shape of love. That is the unfinished business between us. Because love, love is never finished. It circles and circles, the memories out of order and not always complete.

Sara Zarr