Afscheid

De voorbije week afscheid moeten nemen.
Van haar die iedereen altijd groette met 'Hello, sunbeam.'
'Hallo, zonnestraal.'
Maar die zonnestraal was zij zelf. Altijd.
Nooit iemand gekend die zo koppig optimistisch bleef,
whatever happened. Die ondanks alles wat haar overkwam, systematisch elk ander uit de put probeerde te trekken die wat depri was, vanuit een soort natuurlijke, aangeboren reflex. Lust for life.
Je leeft maar één keer - haar slogan.
How true.
Nooit iemand gekend die zo onbedaarlijk kon lachen. Hoewel je wist dat haar persoonlijke gezondheidstoestand niet rooskleurig was, toch...
Toch lachte ze. Vaak buiten zichzelf. Ze genoot, ondànks...
Altijd. En dat was aanstekelijk. Ook altijd.
Het glas bleef namelijk halfvol. Altijd.
Nooit de volle betekenis van het woord 'hartverwarmend' zo aan den lijve ondervonden dan wanneer we hen bezochten. Ze stond altijd klaar voor een ander. Letterlijk. Hartvervullend.
En van zo iemand moet je dan ineens afscheid nemen. Alsof zoiets kan.
Hoe doe je dat dan?
Niet dus.
Hoe vaak zeggen we niet: we zullen hem/haar nooit vergeten. Verworden tot een standaardzinnetje?
In dit geval luidt dat zinnetje net een beetje anders.
Bij haar is het geen kwestie van niet zùllen, maar van niet kùnnen.
En niet wìllen.
Wij kunnen, en willen, haar niet vergeten.
Nooit.
En dat is beloofd.


In the end, I decide that the mark we've left on each other is the color and shape of love. That is the unfinished business between us. Because love, love is never finished. It circles and circles, the memories out of order and not always complete.

Sara Zarr