Lentetafereel

Een schitterende lentedag. Overdadige zon, weinig wind, enthousiaste, gevleugelde bewoners van het park. Een eekhoorn doet zijn dagelijkse tocht door de bomen. Ergens blaft een hond.
Ik leun over de balustrade van ons terras op de tweede verdieping, koffie in de hand, en kijk naar het grasveld, dat vlakbij het gebouw begint en twintig meter verder eindigt bij de eerste struiken van het park. Zoals gewoonlijk lopen er wel wat katten rond. In de hoogste boom, een eik, zijn twee eksters al weken druk doende om een nest verder uit te bouwen. Ze vliegen af en aan, met takjes in de bek. Een paar weken geleden deed een koppel kraaien een poging om de woning over te nemen, maar de kleinere eksters begonnen prompt een venijnige oorlog. De kraaien dropen na enige tijd af.
Beneden op het gras zie ik hoe de zwart-wit gevlekte kat van de buurvrouw zich netjes in de zon heeft gepositioneerd. Het beest ligt er niet meteen aanvallensklaar bij, maar kijkt wel geïnteresseerd naar de voet van de boom, tien meter verder, ook al is daar niks aan de hand.
Onbeweeglijk.
En dan gebeurt het.
De twee eksters zien blijkbaar iets dat ik niet zie, of weten iets dat ik niet weet. Ze vinden de positie van de kat in elk geval niet grappig, en willen het beest daar weg. De manier waarop ze het de kat duidelijk proberen te maken, is ondubbelzinnig, maar tegelijk ook grappig, én wonderbaarlijk.
De twee eksters landen achter het nog steeds onbeweeglijke huisdier. Een van beide huppelt tot binnen het gezichtsveld van 'de rover', en komt dan met kleine stapjes uitdagend dichterbij.
De kat reageert... niet. Nu ja, ze werpt een blik op de vogel, maar meer ook niet. Daar kan ik mij niet mee bezighouden, lijkt ze te denken. (Of hij - dat kan ik van op mijn positie niet zien.)
De andere ekster is ondertussen stiekem tot bij de af en toe zwaaiende staart getrippeld. Na enkele aarzelende blikken valt ze ineens aan, pikt in de staart, die een ‘swipe’-beweging maakt, waarop de vogel zich een dertigtal centimeter terugtrekt.
De kat? Alleen haar staart beweegt - en dan nog op zo'n manier dat je heel sterk de indruk krijgt dat het om een volautomatische beweging gaat. Eerder een reflex dan een weloverwogen beslissing van de hersenen.
De ekster in het gezichtsveld wordt stoutmoediger, en springt nu tot binnen bereik van de klauwen van 'de rover'. Even ben ik ervan overtuigd dat de kat nu elk ogenblik vernietigend zal uithalen, maar niets daarvan. Het beest verroert gewoon geen... poot. Kijkt alleen maar. Slechts de staart beweegt. Af en toe.
De ekster in het gezichtsveld is het schijnbaar beu dat ze zo straal genegeerd wordt door het ‘roofdier’. Ze springt tot bij haar compagnon, en samen vallen ze nu de staart aan. Afwisselend pikken ze in de staart, die telkens een zwaaibeweging maakt.
Het duurt een hele tijd voor de kat uiteindelijk een onverhoedse beweging maakt in de richting van beide vogels, hoewel dat niet veel meer is dan een bruusk omdraaien van de kop. Een poot opheffen is er niet bij. De reactie drijft de eksters wel even achteruit, maar het ‘gebaar’ oogt als ingegeven door ergernis, eerder dan het gevolg van killerinstinct.
De eksters geven het niet op. Om beurten pikken ze in de zwaaiende staart, dagen de kat uit door vlak voor haar snuit een dansje op te voeren, terwijl ze er nog een hoop kwetterende decibels bovenop gooien. Het helpt allemaal niet. Meer dan af en toe een kleine beweging in de richting van de lawaaimakers gunt de kat hen niet.
Stoïcijnse Felix.
Tot mijn verbijstering druipen de eksters na enkele minuten af, zonder dat de kat ook maar een centimeter van plaats is veranderd.
Na enkele ogenblikken pikken de vogels een eindje verder verveeld in het gras. Ze negeren de kat.
Mislukking camoufleren met arrogantie - waar ken ik dat van?
De kat zelf kijkt wat rond. Ze is niet blind: ze heeft de soortgenoot die een eind verder verschijnt wel degelijk gezien. Die twee vogels? Ach…
De zon is aangenaam warm. Ik drink van mijn koffie.
Ook aangenaam warm.
Misschien is niet reageren als je uitgedaagd wordt wel niet zo dom...

I like pigs. Dogs look up to us. Cats look down on us. Pigs treat us as equals.
Winston Churchill