May 2015

Horen, zien en zwijgen.

Ik hoorde gisterenochtend iemand verklaren voor de gesloten deuren van het Brusselse justitiepaleis dat 'dit soort justitie niet werkt'. Als ze de deuren alleen openen voor advocaten en magistraten... Gewone burgers buiten laten staan, wegens een totaal ontbreken van middelen en personeel. Iedereen gelijk voor de wet? De bak van de maand. In sommige kringen vinden ze dit een ‘positieve evolutie’. Jaja…
Ik hoorde een bobo verklaren dat er teveel mensen werken bij de spoorwegen. Dat de mensen 'on the field' - degenen die dus écht werken - hun gepresteerde overuren niet eens gerecupereerd of uitbetaald krijgen, is een detail dat zo'n bobo nooit vermeldt. Hij heeft daar ook geen last van. Hij rijdt nooit met de trein. Hij telt zijn bonussen. Ik hoorde geen enkele bobo iets over 'teveel managers' zeggen. En natuurlijk, er is dan altijd wel iemand die iets over de vakbond moet zeggen. Raad aan de vakbond: laat de mensen een dag gratis rijden in plaats van te staken. Te weinig treinconducteurs roeren zich op de social media.
Ik hoorde iemand zeggen dat hij geloofde dat het grootste gevaar voor de mensheid de recentste ontwikkelingen was op het vlak van Artificial Intelligence. Slimme robots, zeg maar, met zelf lerende computers. En iemand die daarop antwoordde dat ze die dingen dan best waterdicht maken, want dat de zeespiegel waarschijnlijk twee meter hoger staat tegen de tijd dat zo’n robots min of meer echt functioneren.
Ik hoorde mensen elkaar na een gezamenlijke prestatie gemeend proficiat wensen. En nog terecht ook. Een goed-gevoel-moment.

Ik zag enkele dagen geleden hoe er een kleine politieke aardverschuiving plaatsvond in Spanje. Dat was eerder ook al gebeurd in Griekenland. Een oude regel: er beweegt pas iets als er teveel zijn die niks meer hebben. En dus ook niks meer te verliezen hebben. Zover is het hier helemaal nog niet. Inderdaad. Nòg niet.
Ik zag commentaren over het Eurovisiesongfestival, die de indruk gaven dat ze handelden over een wedstrijd waarvan de gevolgen van cruciaal belang waren, zowel voor de internationale verhoudingen, voor de voedselvoorziening van de mensheid als voor de aan een rotvaart op ons afkomende klimaatveranderingen. Weliswaar pas nadat eerst werd verklaard dat de deelnemers niet konden zingen. Iemand noemde het zelfs het Eurovisie Shit festival.
Ik zag (las) hoe je aan de privacycommissie kunt vragen om te controleren of de Staatsveiligheid een dossier over jou heeft. Na enkele maanden krijg je dan een bericht dat de commissie op jouw vraag is ingegaan, en een controle heeft uitgevoerd. Of ze ook iets heeft gevonden... màg de commissie je wettelijk niet meedelen. Woeha! Kafka, de oerBelg. Nog steeds.
Ik zag een reiger, twee aalscholvers, en een trits eenden met hun pasgeboren kindjes bij de vijver in het park. Twee meter hogere zeespiegel? Zal hun een zorg wezen...
Ik zag iemand met koorts - achtendertig graden en een half - een hoofdrol spelen in een toneelstuk. Weinigen hebben het gemerkt. Knap. Laten we alleen hopen dat de zeven andere acteurs tegen het einde van de week de koorts niet hebben geadopteerd. Gelukkig zijn ze robust genoeg.

Ik zwijg over al het afval dat ik op maandagochtend telkens in het park vind. Lege pakjes chips en sigaretten, blikjes allerhande, plastiek flessen, vodden en doekjes, papier in alle vormen en kleuren... En o wee als ik de mensen die elke zondag van het park komen genieten maar het als een stort achterlaten ook maar min of meer zou durven te omschrijven...
Ik zwijg over mijn vader, die er ondertussen al vijf jaar niet meer is. Vijf jààr? Beyond comprehension. Maar dat ik erover zwijg, betekent niks.
Ik zwijg over het gevoel van machteloosheid dat me steeds vaker overvalt.
An Inconvenient Truth. Age of Stupid. Zalig zijn de armen van geest.
Ik zwijg over de stilte waarmee het resultaat van twee jaar hard werken nu wordt geconfronteerd. Geen verrassing. Eerder een verassing. Roepen tegen de bierkaai.
A dying niche. Weer iets dat uitsterft.
Ik zwijg over de fijne ogenblikken van de voorbije week. Ik wil niemand jaloers maken.

Of those who say nothing, few are silent.
Thomas Neill

Leeftijd of ouderdom?

Het is me de voorbije dagen verschillende keren overkomen. Mensen die me spontaan aanspraken en vroegen 'hoe ik me nu voelde'. Mensen die me de voorbije tien jààr niet één keer hebben gevraagd hoe ik me nu voelde, worden nu blijkbaar massaal overvallen door de onbedwingbare drang om te informeren naar mijn welbevinden.
Waarom? Omdat ik nu zestig ben?
Sorry, boys en girls, ik voel geen verschil. Emotioneel niet, en fysiek niet. Maar ik ben dan ook een believer - iemand die gelooft dat de mens op een bepaald ogenblik in z'n jeugd stopt met emotioneel groeien, en dat hij daarna z'n leven lang die leeftijd behoudt.
Ik denk dat ik gestopt ben op m'n dertiende. (Er zijn heel wat kennissen die me ongetwijfeld volmondig gelijk zullen geven. :-) )
En ja, hoor: er zijn wel degelijk uitzonderingen die oud gebòren zijn, en negentig jaar nodig hebben om hun eigenlijke leeftijd te bereiken. Maar volgens mij zijn dat uitzonderingen.
In ons dorp zei men vroeger altijd: 'Ons Heer moet z'n getal hebben'. Ik heb me daar altijd bij afgevraagd waaròm. Waarom moet Ons Heer z'n getal hebben? Om de diversiteit in stand te kunnen houden? Omdat, als er van alle soorten voldoende exemplaren zijn, je een betere mix krijgt, waardoor je sterkere en meer weerbare nakomelingen krijgt?
En ik die dacht dat dat de essentie van de evolutietheorie was.
Ah!
Met 'Ons Heer' bedoelden ze toen Darwin!
Got it!
ik heb weeral wat bijgeleerd vandaag.
De woorden 'leeftijd' en 'ouderdom' zelf zijn overigens best wel intrigerend.
'Leeftijd' is duidelijk: letterlijk de tijd dat je al geleefd hebt. De leef-tijd.
No problem. Maar ouderdom. Hoever staat dat van 'hoe ouder, hoe dommer'? Bedoelt men in plaats van 'hij heeft al een zekere ouderdom', hij IS ouderdom? Ouderdòm, dus. Hij heeft last van ouderdom-heid. Zoiets?
Sommige mensen hebben op jonge leeftijd al last van ouderdom-heid. Of is het ouder-domheid?
Waarom komen er daar trouwens zoveel van op tv?
Eigenlijk is het leeftijdsbesef een gevolg van ons vermogen tot herinneren. Ik durf er om te wedden dat een hond of een kat geen flauw idee heeft over hoe lang hij of zij al op de aarde rondloopt. Als zijn of haar poten plots strammer worden, denk ik niet dat zo'n dier de bedenking maakt dat het ineens met ouderdomsverschijnselen te maken krijgt. Als je het je niet kunt herinneren, kun je ook niet vergelijken, en heb je ook geen last van het resultaat van de vergelijking. Wij mensen doen echter niets liever. We vergelijken haast constant: vroéger was het beter, dààr was het beter, dié was beter... Met als gevolg, onvrede over de huidige situatie.
Was de regel niet pluk de dag? Vergelijk de dag met alle vorige, en klaag dan dat het vroeger beter was, lijkt me niet zo’n goed advies. Het verandert namelijk niks aan déze dag. Als je focust op vergelijken, levert dat vaak sjagrijn en heimwee op. En wat heb je daaraan?
Leve tram zes dus.
En aan alle jongeren, die nu 'oude zageman' roepen, nog dit: ik ben alvast to hier geraakt. Ik heb al heel wat gehad. Dit nemen ze mij alvast niet meer af.
Ik hoop alvast dat jullie ook zoveel geluk mogen hebben. :-)

Good judgement comes from experience. Experience comes from bad judgement.
Unknown.

Lentetafereel

Een schitterende lentedag. Overdadige zon, weinig wind, enthousiaste, gevleugelde bewoners van het park. Een eekhoorn doet zijn dagelijkse tocht door de bomen. Ergens blaft een hond.
Ik leun over de balustrade van ons terras op de tweede verdieping, koffie in de hand, en kijk naar het grasveld, dat vlakbij het gebouw begint en twintig meter verder eindigt bij de eerste struiken van het park. Zoals gewoonlijk lopen er wel wat katten rond. In de hoogste boom, een eik, zijn twee eksters al weken druk doende om een nest verder uit te bouwen. Ze vliegen af en aan, met takjes in de bek. Een paar weken geleden deed een koppel kraaien een poging om de woning over te nemen, maar de kleinere eksters begonnen prompt een venijnige oorlog. De kraaien dropen na enige tijd af.
Beneden op het gras zie ik hoe de zwart-wit gevlekte kat van de buurvrouw zich netjes in de zon heeft gepositioneerd. Het beest ligt er niet meteen aanvallensklaar bij, maar kijkt wel geïnteresseerd naar de voet van de boom, tien meter verder, ook al is daar niks aan de hand.
Onbeweeglijk.
En dan gebeurt het.
De twee eksters zien blijkbaar iets dat ik niet zie, of weten iets dat ik niet weet. Ze vinden de positie van de kat in elk geval niet grappig, en willen het beest daar weg. De manier waarop ze het de kat duidelijk proberen te maken, is ondubbelzinnig, maar tegelijk ook grappig, én wonderbaarlijk.
De twee eksters landen achter het nog steeds onbeweeglijke huisdier. Een van beide huppelt tot binnen het gezichtsveld van 'de rover', en komt dan met kleine stapjes uitdagend dichterbij.
De kat reageert... niet. Nu ja, ze werpt een blik op de vogel, maar meer ook niet. Daar kan ik mij niet mee bezighouden, lijkt ze te denken. (Of hij - dat kan ik van op mijn positie niet zien.)
De andere ekster is ondertussen stiekem tot bij de af en toe zwaaiende staart getrippeld. Na enkele aarzelende blikken valt ze ineens aan, pikt in de staart, die een ‘swipe’-beweging maakt, waarop de vogel zich een dertigtal centimeter terugtrekt.
De kat? Alleen haar staart beweegt - en dan nog op zo'n manier dat je heel sterk de indruk krijgt dat het om een volautomatische beweging gaat. Eerder een reflex dan een weloverwogen beslissing van de hersenen.
De ekster in het gezichtsveld wordt stoutmoediger, en springt nu tot binnen bereik van de klauwen van 'de rover'. Even ben ik ervan overtuigd dat de kat nu elk ogenblik vernietigend zal uithalen, maar niets daarvan. Het beest verroert gewoon geen... poot. Kijkt alleen maar. Slechts de staart beweegt. Af en toe.
De ekster in het gezichtsveld is het schijnbaar beu dat ze zo straal genegeerd wordt door het ‘roofdier’. Ze springt tot bij haar compagnon, en samen vallen ze nu de staart aan. Afwisselend pikken ze in de staart, die telkens een zwaaibeweging maakt.
Het duurt een hele tijd voor de kat uiteindelijk een onverhoedse beweging maakt in de richting van beide vogels, hoewel dat niet veel meer is dan een bruusk omdraaien van de kop. Een poot opheffen is er niet bij. De reactie drijft de eksters wel even achteruit, maar het ‘gebaar’ oogt als ingegeven door ergernis, eerder dan het gevolg van killerinstinct.
De eksters geven het niet op. Om beurten pikken ze in de zwaaiende staart, dagen de kat uit door vlak voor haar snuit een dansje op te voeren, terwijl ze er nog een hoop kwetterende decibels bovenop gooien. Het helpt allemaal niet. Meer dan af en toe een kleine beweging in de richting van de lawaaimakers gunt de kat hen niet.
Stoïcijnse Felix.
Tot mijn verbijstering druipen de eksters na enkele minuten af, zonder dat de kat ook maar een centimeter van plaats is veranderd.
Na enkele ogenblikken pikken de vogels een eindje verder verveeld in het gras. Ze negeren de kat.
Mislukking camoufleren met arrogantie - waar ken ik dat van?
De kat zelf kijkt wat rond. Ze is niet blind: ze heeft de soortgenoot die een eind verder verschijnt wel degelijk gezien. Die twee vogels? Ach…
De zon is aangenaam warm. Ik drink van mijn koffie.
Ook aangenaam warm.
Misschien is niet reageren als je uitgedaagd wordt wel niet zo dom...

I like pigs. Dogs look up to us. Cats look down on us. Pigs treat us as equals.
Winston Churchill

Toeval?

Ik zit aan een tafeltje, op het terrasje van een eetcafé. De zon schijnt en het is aangenaam warm. Vroege vooravond. Een fietser peddelt voorbij. Op het kanaal peddelt een eend voorbij. Op het terras is iemand aan z'n vijfde gin-tonic bezig. Het is er aan te zien.
Twee tafeltjes verder zit een al wat oudere dame. Ik schat ze vooraan in de zestig. Haar outfit is ideaal voor een geheim agent: zeer onopvallend. Zo onopvallend zelfs dat ik me nu niet eens meer kan herinneren wat ze droeg. Zò onopvallend dus.
Over een uurtje begint in het Schotense Vaarttheater een van de laatste repetities van 'Op eigen benen', een van mijn toneelstukken. Ik regisseer het zelf. Vermits ik te vroeg ben, heb ik tijd zat om hier eerst nog rustig iets te eten. Beetje genieten van de omgeving, kopje koffie, kijken naar de bomen die in subtiele gebarentaal elkaar boodschappen lijken te geven...
Ik heb net mijn bestelling gekregen. Stoofvlees met friet. (Ik schrijf bewust niet frietjès, om de voorzitter van het Genootschap Tegen Verkleinwoorden, Patrick van Gompel, niet voor het hoofd te stoten)
Op het ogenblik dat ik een friet aan mijn vork spies en die naar mijn mond brengt, daagt er ineens een man op. Middelbare leeftijd - wat dat ook moge betekenen. Oogt als een tuinman na z'n uren. Hij loopt op de vrouw af. Die lijkt dit aan te voelen, want als de man tot op een tiental meter van haar tafeltje genaderd is, draait ze zich om. Er verschijnt een grijns op haar gelaat.
"Hierzie. Dag, jongen."
De man produceert een abnormaal brede glimlach.
"Dag, ma!”
"Amai. Gij zijt zo goed gezind. Hebt ge de lotto gewonnen misschien?"
De man schudt het hoofd.
"Neen. Béter dan dat!"
"Hoe kan dat nu."
De man spreidt beide armen in een pauselijk gebaar.
"Yep. Ik ben verliefd."
De vrouw schudt het hoofd, en er verschijnen rimpels op haar voorhoofd.
"Het is niet waar, hé. Is het weer zo ver?"
Op dat ogenblik verslikte ik me. De vrouw keek me boos aan - ik vermoed omdat ze dacht dat ik haar uitlachte. Dat was echter helemaal niet het geval. De reden waarom ik me in de friet verslikte, was eenvoudigweg ongeloof.
Het gesprek tussen die twee mensen op dat terras is/was namelijk identiek aan een stuk dialoog uit een scène van mijn toneelstuk. Woordelijk hetzelfde. Alleen gaat het in mijn toneelstuk over een vàder en zijn zoon, in plaats van een moéder, maar verder... De woorden en de gebruikte intonatie van moeder en zoon waren een kopie. Onvoorstelbaar.
Ik kon mijn oren niet geloven. En als je op zo’n ogenblik een volwassen friet in je mond stopt, en tegelijk probeert om te lachen, je te verontschuldigen, en je ongeloof te uiten - dan besluiten je longen natuurlijk dat ze het wel effe hebben gehad. Niet helemaal onlogisch dat er dan ongelukken dreigen te gebeuren.
Toen ik uitgehoest was, heb ik even rondgekeken, half in de overtuiging dat iemand van het Vaarttheater mij een poets wilde bakken. Ik vond echter geen camera die me stiekem filmde.
Al zijn ze er wel toe in staat. :-) Zo'n vrolijke bende is het wel.
I like them. :-)
Op eigen benen. Tien voorstellingen in de maand mei 2015.
Reserveren op
http://www.vaarttheater.be

Life is a tragedy when seen in close-up, but a comedy in long-shot
Charlie Chaplin