Mar 2015

Filosofische bui

Tijdens mijn ochtendlijke wandeling ben ik zowaar overvallen door een filosofische bedenking.
Waren het de fluitende vogels in het bos? Was het de zon, die een maartse poging deed om haar reputatie waar te maken? Waren het de ontluikende knoppen aan bomen en struiken, die zich zo stilaan door niks meer willen laten tegenhouden?
Hoe dan ook, de bedenking was er ineens. En hoewel ik geloof in de wonderbaarlijke realiteit die associatie heet, zie ik niet zo meteen waar de aanzet tot de gedachte vandaan kwam. Maar goed.
Ik bedacht ineens dat de menselijke soort zich waarschijnlijk als enige levensvorm op aarde bewust is van het feit dat ze vroeg of laat zàl sterven. Al het andere leven op aarde realiseert zich dat volgens mij gewoon niét.
Waarom was ik eigenlijk ineens een beetje jaloers?
En waarom dacht ik ineens aan een appel? Want…
Misschien is het dat wel waar de appel in het scheppingsverhaal voor staat. Beséf van sterfelijkheid. Niet de sterfelijkheid zelf, maar het besef.
Origineel? Natuurlijk niet. Al honderden keren eerder gedacht. Duizenden keren, zeg maar. En toch...
Ik zag een hond rond een boom dartelen en snuffelen, en ik maakte me ineens de bedenking hoe gelukkig zo'n hond eigenlijk wel is. Het eenvoudige feit dat hij geen weet heeft van zijn finale toekomst verandert alles. Toch? Voor dat beest is er alleen het heden. Geen zorgen over de toekomst, over mogelijke kwaaltjes, over toenemende bedreigingen, over de rotvaart waarmee de natuur over de klif wordt geduwd... Niks.
Gewoon.
Lekker geurtje hier, onderaan die boom. Wat? Moet ik wachten? Waarop? Ah, is het weer zover? Tijd voor het baasje om mijn drol in een plastiek zakje stoppen. Nooit begrepen waarom het baasje dààrin geïnteresseerd is, maar goed. Ik snap wel meer niet van het baasje.
Denkt ie dan. Misschien.
Alleen… Zéker weten we het natuurlijk niet. Misschien hebben honden - en bij uitbreiding, alle levende wezens - wel veel meer talent voor filosofie dan mensen. Liggen honden in hun mand misschien wel de hele tijd te broeden op de zin van het bestaan. Misschien. Sommige zien er in elk geval wel zo uit. Al geloof ik het niet echt, eerlijk gezegd.
Zijn dieren slim? Reken maar. Hebben dieren een leervermogen? Reken maar. Hebben dieren een geheugen? Ja, hoor, sommige dingen kunnen iets 'triggeren' dat daarop lijkt. Zijn dieren zich bewust van de eindigheid van het leven?
Ik dénk het dus niet, eerlijk gezegd.
Alleen… Als ik bepaalde mensen bezig zie, kan ik me niet van indruk ontdoen dat die er zich evenmin van bewust zijn.
How stupid can you be? Very!

The stupid neither forgive nor forget; the naive forgive and forget; the wise forgive but do not forget.
Thomas Szasz

Paraprosdokian

Parapro-wàt? Ik hoor het u al roepen. Maar ik was u voor, hoor. Ik riep het daarnet ook. Had er nog nooit van gehoord.
Paraprosdokian.
Het woord heeft wel iets. Vooral als je het na genoeg oefenen in één beweging kunt uitspreken.
Parapr... Paraprot... Paraprodinges... - staat een beetje lullig.
Paraprosdokian dus.
Ik vind er niet meteen een Nederlands equivalent van. Prima vraagje voor jullie, dus. Wat is de Nederlandse vertaling van paraprosdokian?
Wat het betekent, weet ik min of meer wel. Ergens heeft het te maken met het begrip parafraseren, denk ik.
Laat me een voorbeeldje geven.
'Het laatste wat ik wil is jou kwetsen, maar het staat wel onderaan mijn lijstje.'
Dat schijnt dus een paraprosdokian te zijn.
Nu wil het toeval dat ik online zo'n aantal van die paraprosdokians ben tegengekomen, die ik wel grappig vond. Waarschijnlijk omwille van het ironische karakter van dergelijke 'uitdrukkingen'. Paraprosdokiaanse uitdrukkingen - zou dat kunnen, taalkundig?
Hier zijn ze. Geniet ervan.
Het laatste wat ik wil is jou kwetsen, maar het staat wel onderaan mijn lijstje.
Vermits licht sneller gaat dan geluid, staan sommige mensen te schitteren in de schijnwerpers, tot je ze hoort praten.
Als ik het met je eens zou zijn, dan waren we allebei mis.
Kennis is weten dat een tomaat een fruitsoort is. Wijsheid is die tomaat niet in een fruitsalade draaien.
Ze beginnen het avondnieuws met 'Goedenavond', om dan een half uur lang duidelijk te maken waarom dat niét zo is.
Vrouwen zullen pas de gelijke zijn van mannen als ze over straat kunnen lopen met een kaal hoofd en een bierbuik, en tegelijk toch blijven denken dat ze sexy zijn.
Achter elke succesvolle man staat zijn vrouw. Achter de val van elke succesvolle man staat gewoonlijk een andere vrouw.
Een zuiver geweten is een teken van een vertroebeld geheugen.
Je hebt geen parachute nodig om aan valschermspringen te doen, tenzij je het een tweede keer wil proberen.
Ik twijfelde vroeger veel. Nu weet ik het niet zo zeker meer.
Nostalgie is niet meer wat het geweest is.
Naar de kerk gaan maakt evenveel een Christen van je als naar een garage gaan je in een auto verandert.
Fijn, toch?
Dat laatste was dus geen para...dinges.

The limits of my language means the limits of my world.
Ludwig Wittgenstein.

Boekpresentatie

Mijn nieuwe roman, Bewijs het maar, is eindelijk officieel voorgesteld. Hij is nu 'verkrijgbaar in de betere boekhandel,' zoals men dat dan zegt. In de boekhandel tout court, eigenlijk, want zoveel boekhandels zijn er in Vlaanderen niet meer. De boekensector heeft dringend wat aandacht nodig, in tegenstelling wat sommigen beweren. Maar ja, Vlaanderen en cultuur...
Zo'n presentatie is natuurlijk een fijn moment. Als je twee jaar aan iets hebt gewerkt, krijgt het ogenblik waarop je het eindelijk kunt voorstellen aan de buitenwereld iets van een apotheose, een hoogtepunt. Iets feestelijks ook, vergelijkbaar met de geboorte van een kind. Wat het op een bepaalde manier ook is, natuurlijk.
En toch...
Toch veroorzaakt zo'n feestelijke avond ook telkens opnieuw frustraties bij ondergetekende.
Frustratie één: je wil op zo'n avond eigenlijk met iedereen een praatje slaan. In de meeste gevallen heb je de betrokkenen al even niet meer gesproken of gezien en wil je bijpraten. Verder dan 'hoe gaat het ermee?' kom je echter niet. De volgende gasten zijn er al, mensen waarmee je ook even een praatje wil slaan, en je belandt in een naadloze spiraal die in haar eigen staart bijt. Vermits er na de offciële inleiding meteen een signeersessie volgt, is de avond voorbij voor je het weet, en blijf je met het gevoel achter dat je onvoldoende aandacht hebt besteed aan... zowat iedereen. Zelfs als er tijd overblijft, probeer je van groepje naar groepje te cruisen, maar het tijdsbestek en het aantal groepjes zorgt haast per definitie voor oppervlakkige gesprekken. Wat op zijn beurt dan weer resulteert in frustratie.
Frustratie twee: de beperkingen die een zaal je oplegt. Het is namelijk niet zo eenvoudig om een zaal te vinden waar een voldoende groot aantal mensen binnen kunnen, én waar je de catering in eigen handen kunt houden. Als je honderd gasten hebt, maar de catering blijft in handen van de eigenaar van de zaal, en die vraagt caféprijzen, dan wordt dat voor een kleine auteur als ondergetekende onbetaalbaar. De catering zelf doen (en financieren) is de enige oplossing. (Als er mensen zijn die zalen kennen in het Antwerpse waar eigen catering kan...)
Frustratie drie: als een zaal bijvoorbeeld maximum honderd mensen kan/mag bevatten, wordt het probleem meteen wie je wel en wie je niet uitnodigt. Een dilemma. Onmogelijk om een bevredigende oplossing voor te vinden. Je wil eigenlijk iederéén uitnodigen. De enige oplossing daarvoor is echter een zaal vinden die groot genoeg is, én waar je de catering zelf kunt doen. En kom je meteen bij frustratie twee terecht. Mijn excuses dus aan iedereen die ik wilde uitnodigen, maar niet kon uitnodigen. Volgende keer - als die er ooit komt, natuurlijk - zorgen we voor een oplossing.
Frustratie vier: namen. Als je een visueel geheugen hebt zoals ik, maar nauwelijks namen kunt onthouden, dan is zo'n avond, en zeker de signeersessie, een hopeloze zaak. Mensen die je al je hele leven kent, wiens naam je bij wijze van spreken dagelijks uitspreekt, moet je ineens vragen voor wie je het nieuwe boek mag signeren. Soms levert dat hilarische toestanden op, maar meestal besteed je meer tijd aan verontschuldigingen dan aan het signeren zelf. De oplossing die ik daarvoor bedacht had, werkte echter grotendeels wel. Ik heb me vooraf publiekelijk verontschuldigd omdat ik geen namen kan onthouden, en dat creëerde een wat lacherig sfeertje rond het probleem. Het genereerde zelfs ludieke oplossingen - mensen die hun naam op een papiertje schreven en dat omhoog hielden wanneer ze bij m'n tafeltje verschenen - wat het gevoel van frustratie dan toch enigszins temperde. Waarvoor opnieuw dank.
Maar natuurlijk is er niet alléén frustratie. Er is tegelijk ook het overweldigende gevoel van dankbaarheid en trots. Zoveel mensen die erbij wilden zijn. Een forse, geconcentreerde dosis Aandacht en Appreciatie.
Altijd fijn. Toch?
En ja, de inleider die het boek op zo’n feestelijke voorstelling presenteert, speelt een belangrijke rol. Hij/zij bepaalt mee de sfeer die er de rest van de avond zal hangen. En ik kan met een gerust hart beamen wat heel veel aanwezigen me achteraf vertelden: Patrick Van Gompel was een schitterende inleider. Klasse. Waarvoor dank.
Bewijs het maar. :-)


There's no life without humour. It can make the wonderful moments of life truly glorious, and it can make tragic moments bearable.
Rufus Wainwright

Media

Oké. Misschien heb ik het wel wat te vaak over de impact van de media op ons dagelijks leven. Misschien. Maar ja: iedereen heeft recht op een potje zagen, toch? :-)
Wat ik vorige week weer hoorde op de radio... Ondergetekende meteen de gordijnen in. Nog maar eens.
Een ochtendprogramma waar luisteraars hun mening mogen geven over een bepaald onderwerp. Een formule als een andere, en soms best interessant. Maar de makers zouden zich moeten realiseren dat ze onrechtstreeks aan opinievorming (kunnen) doen, aan beïnvloeding.
En wanneer verandert opinievòrming in regelrechte brainwashing? De grens wordt alsmaar meer overschreden, vind ik. Zoals vorige week, bijvoorbeeld.
Onderwerp? Het feit dat De Lijn en/of de vakbonden verkeersboetes van haar chauffeurs zelf betaalt. Er was een kleine discussie over hoeveel van die boetes er betaald werden, ergens tussen zeventig en negentig percent, zoiets, maar dat was niet de echte vraag. Die was: vindt u dat het kan dat wanneer een buschauffeur te snel rijdt en beboet wordt, zijn werkgever deze boete betaalt?
Prima onderwerp... op vòòrwaarde dat àlle elementen aan bod komen. En dat was manifest niét het geval, wel integendeel.
Eerst kwam er een man van De Lijn aan het woord, ik vermoed een vakbondsman, die het terugbetalen probeerde te verdedigen, maar niet meteen op een vlotte manier. Hij klonk alsof hij voor de eerste keer over het onderwerp werd geïnterviewd, en dan ook nog eens verrast was door de vraag. Daarna was het de beurt aan een dertiger die klonk als een glimmende yuppie, en die het een schandaal vond. Hij betaalde zijn verkeersboetes toch ook zelf? Waarom moesten buschauffeurs dat dan niet doen? Het zoveelste misbruik van de vakbonden! Hij kon het niet vaak genoeg herhalen.
En dat was het.
Dat het hier niét ging over boetes die chauffeurs in hun persoonlijke tijd met hun persoonlijke wagen opliepen, maar wel tijdens het rijden voor hun werkgever, de busmaatschappij dus, werd niet eens vermeld.
Dat buschauffeurs al enkele jaren door veelal piepjonge managers, die nog nooit een autobus hebben gebruikt, gedwongen worden om alsmaar onmogelijkere uurtabellen te respecteren, op straffe van...
Werd zedig verzwegen.
Dat vrachtwagenchauffeurs - ook die kwamen even aan bod; hun werkgevers betalen ook vaak zelf - door hun opdrachtgevers ook gedwongen worden sneller hun traject af te werken dan mogelijk is…
Werd opnieuw zedig verzwegen.
Het was de schuld van de vakbond. Punt. Wisten de luisteraars veel.
Wedden dat als je er de makers van het programma over zou aanspreken, dat ze je als antwoord zouden geven 'dat ze helemaal niet de bedoeling hebben om aan objectieve berichtgeving of zo te doen. Entertainment is het, meneer. Meer niet. U zoekt er teveel achter.’
Ah ja?
Gebeurt dit soort druppelsgewijze desinformatie en manipulatie dan echt onbewust? Of bewust?
Ik ben er héél lang van overtuigd geweest dat er van bewùst geen sprake was. Mij leek het lang ordinaire onkunde. Niet noodzakelijk van de stém van het programma, maar van zijn/haar team. Zo'n jonge spring-in't-veld die net begonnen is en die zonder nadenken of overleg...
Het wordt echter alsmaar moeilijker om deze overtuiging in leven te houden. Ik probeer wel, ik geef ze voldoende water, bemest de grond waarop ze groeit, ik zou er aan trekken als dat zou helpen... Maar de overtuiging is aan het sterven. Er zijn teveel elementen die me dagelijks op de neus drukken dat het de verkeerde overtuiging is.
Zòveel onkunde, op één hoopje? Het wordt alsmaar onwaarschijnlijker.
Wat is er dan verdomme aan de hand? Wordt er alleen maar gezegd wat de mensen willen horen, of worden dingen gewoon vaak genoeg herhaald, tot mensen dénken dat ze dat willen horen?

When people learn no tools of judgment and merely follow their hopes, the seeds of political manipulation are sown.
Stephen Jay Gould