Toeval?

Ik zit aan een tafeltje, op het terrasje van een eetcafé. De zon schijnt en het is aangenaam warm. Vroege vooravond. Een fietser peddelt voorbij. Op het kanaal peddelt een eend voorbij. Op het terras is iemand aan z'n vijfde gin-tonic bezig. Het is er aan te zien.
Twee tafeltjes verder zit een al wat oudere dame. Ik schat ze vooraan in de zestig. Haar outfit is ideaal voor een geheim agent: zeer onopvallend. Zo onopvallend zelfs dat ik me nu niet eens meer kan herinneren wat ze droeg. Zò onopvallend dus.
Over een uurtje begint in het Schotense Vaarttheater een van de laatste repetities van 'Op eigen benen', een van mijn toneelstukken. Ik regisseer het zelf. Vermits ik te vroeg ben, heb ik tijd zat om hier eerst nog rustig iets te eten. Beetje genieten van de omgeving, kopje koffie, kijken naar de bomen die in subtiele gebarentaal elkaar boodschappen lijken te geven...
Ik heb net mijn bestelling gekregen. Stoofvlees met friet. (Ik schrijf bewust niet frietjès, om de voorzitter van het Genootschap Tegen Verkleinwoorden, Patrick van Gompel, niet voor het hoofd te stoten)
Op het ogenblik dat ik een friet aan mijn vork spies en die naar mijn mond brengt, daagt er ineens een man op. Middelbare leeftijd - wat dat ook moge betekenen. Oogt als een tuinman na z'n uren. Hij loopt op de vrouw af. Die lijkt dit aan te voelen, want als de man tot op een tiental meter van haar tafeltje genaderd is, draait ze zich om. Er verschijnt een grijns op haar gelaat.
"Hierzie. Dag, jongen."
De man produceert een abnormaal brede glimlach.
"Dag, ma!”
"Amai. Gij zijt zo goed gezind. Hebt ge de lotto gewonnen misschien?"
De man schudt het hoofd.
"Neen. Béter dan dat!"
"Hoe kan dat nu."
De man spreidt beide armen in een pauselijk gebaar.
"Yep. Ik ben verliefd."
De vrouw schudt het hoofd, en er verschijnen rimpels op haar voorhoofd.
"Het is niet waar, hé. Is het weer zo ver?"
Op dat ogenblik verslikte ik me. De vrouw keek me boos aan - ik vermoed omdat ze dacht dat ik haar uitlachte. Dat was echter helemaal niet het geval. De reden waarom ik me in de friet verslikte, was eenvoudigweg ongeloof.
Het gesprek tussen die twee mensen op dat terras is/was namelijk identiek aan een stuk dialoog uit een scène van mijn toneelstuk. Woordelijk hetzelfde. Alleen gaat het in mijn toneelstuk over een vàder en zijn zoon, in plaats van een moéder, maar verder... De woorden en de gebruikte intonatie van moeder en zoon waren een kopie. Onvoorstelbaar.
Ik kon mijn oren niet geloven. En als je op zo’n ogenblik een volwassen friet in je mond stopt, en tegelijk probeert om te lachen, je te verontschuldigen, en je ongeloof te uiten - dan besluiten je longen natuurlijk dat ze het wel effe hebben gehad. Niet helemaal onlogisch dat er dan ongelukken dreigen te gebeuren.
Toen ik uitgehoest was, heb ik even rondgekeken, half in de overtuiging dat iemand van het Vaarttheater mij een poets wilde bakken. Ik vond echter geen camera die me stiekem filmde.
Al zijn ze er wel toe in staat. :-) Zo'n vrolijke bende is het wel.
I like them. :-)
Op eigen benen. Tien voorstellingen in de maand mei 2015.
Reserveren op
http://www.vaarttheater.be

Life is a tragedy when seen in close-up, but a comedy in long-shot
Charlie Chaplin